TOP

Moeten we maar stoppen met onze literatuurstudie?

De booktoer, die Antoine van Agtmael en ik maken in de VS, begon vorige week woensdag in New Haven. De Yale universiteit staat vooral hoog aangeschreven door de ‘liberal arts’ die er gedoceerd worden. Vakken als literatuur, politicologie en rechten.


We waren uitgenodigd door de School of Management (SOM). Ze wilde hun studenten graag laten kennis maken met de wereld die wij schetsen in ons boek, the Smartest Places on Earth. In een prachtige ambiance ontworpen door de Britse architecten van het bureau Foster, werd een ontmoeting van twee werelden.

Na onze presentatie vroeg een van de studenten of hij wel de juiste studie had gekozen? Natuurlijk begreep iedereen dat er een achterstand moest worden ingehaald. Dat er te weinig ingenieurs waren opgeleid de laatste twintig jaar. Maar was er niet het gevaar dat we zouden doorschieten naar een situatie waarin de liberal arts in een verdomhoekje zou belanden?

Dat gevaar is er inderdaad. De maatschappelijke druk in Europa en de VS om meer studenten technische opleidingen te laten volgen zal inderdaad toenemen. Bedrijven hebben grote behoefte aan mensen met deze achtergrond. Wat vermeden moet worden, was ons antwoord, is dat in de strijd om de verdeling van beperkte budgetten studies die niet technisch van aard zijn, een negatief predicaat krijgen opgeplakt.

De wereld waarin wij straks leven zal er een zijn waar iedereen en alle dingen via sensoren met elkaar verbonden zijn. In die wereld zal er, zo betoogden wij, grote behoefte bestaan aan bezinning en reflexie. Aan het geholpen worden afstand te nemen van de techniek. Het is dan juist een voorrecht te beschikken over een groot potentieel aan mensen die via een studie liberal art hebben geleerd op een andere manier te kijken naar de wereld waarin we straks leven.