TOP

Meest gestelde vragen (3)

Mooi zo’n hoopvol en optimistisch verhaal over technologie en herwonnen concurrentiekracht, maar wie profiteert daarvan? Blijft het beperkt tot de ‘gelukkige weinigen’, die een hoge opleiding hebben genoten?


Als we ons verhaal vertellen zijn de reacties er een van verbazing: gebeurt dit werkelijk in onze eigen achtertuin? Maar er wordt in de media juist geschreven en gesproken over de verloren strijd. Dat we de verkeerde handelsakkoorden hebben gesloten en dat de goedkope arbeid onze werknemers juist buitenspel heeft gezet.

Zijn er wel genoeg vaklui?En ook dat is waar. Maar het sluiten van de grenzen door het bouwen van een muur of het invoeren voor een importheffing is een simpele retoriek, maar de oude maakindustrie zal er niet mee worden teruggebracht.

Hoeven we dan helemaal niets te doen aan de groeiende kloof tussen wat mensen kunnen en wat bedrijven nodig hebben? Laten we het aan de markt over? Of moeten we die een handje helpen, werd ons regelmatig gevraagd?

De behoefte aan vaklui in de VS en Europa, is erg groot. In Amerika doet de federale overheid er het zwijgen toe. Duitse bedrijven als Siemens en Volkswagen zetten er werk/studie programma’s op voor jonge mensen die een vak willen leren. Maar het is een druppel op een gloeiende plaat.

In Nederland zet het kabinet de eerste stappen om bedrijven, ROC ’s, ouders, jongelui en leerkrachten te interesseren voor opleidingen die het ontstaan van zo’n tekort moeten voorkomen. In de regio Rotterdam en Eindhoven zetten  bedrijven gezamenlijk opleidingsprogramma’s op met middelbare vakscholen.

Een tweede groep die in de knel dreigt te komen, zijn de 45 plussers. Door automatisering en buitenlandse concurrentie verliezen zij hun baan. Voor nieuw werk zijn ze vaak duur en missen ze de juiste vaardigheden. Ook hier laat de Amerikaanse overheid de markt zijn werking doen, terwijl in Nederland herscholingsprogramma’s worden opgezet en uitzendbureaus het op zich nemen extra aandacht te schenken aan deze groep.